Reünie Tokio 1964 feestelijk weerzien

Geplaatst op 24-06-2019  -  Categorie: Actueel  -  Auteur: Hans Klippus

‘Wij zijn trots op jullie!’

Een dag voor Olympic Day -  kan het symbolischer? – kwamen ruim veertig oude Nederlandse sporthelden, deelnemers aan de Spelen van 1964, op Papendal bijeen. Ze genoten zichtbaar van het weerzien. Een geschikter moment voor de door de NVOD georganiseerde reünie was er niet – een jaar voor de tweede Spelen in Tokio. ‘Wij zijn trots op jullie en willen heel graag jullie verhalen uit 1964 horen’, zei NVOD-voorzitter Edwin Benne, zelf Olympisch deelnemer in 1988 en 1992, tijdens zijn openingswoord.

Ze deden destijds met 125 sporters mee in Tokio, 105 mannen en 20 vrouwen. Dat was toen al een hoger percentage (19%) aan vrouwelijke deelnemers dan het gemiddelde van 13% van alle landen bij elkaar. Bij de laatste Zomerspelen, Rio 2016, had Nederland zelfs voor het eerst in de Olympische geschiedenis meer vrouwen dan mannen.

Nederland sportte 55 jaar geleden in Japan tien medailles bij elkaar, twee keer goud, vier keer zilver en vier keer brons, goed voor de zeer verdienstelijke vijftiende plaats in het landenklassement. Het was een hele verbetering in vergelijking met de twee voorgaande Spelen, in 1956 en 1960, toen er geen gouden medailles werden gewonnen.

Van de vijf Nederlandse mannen die in Tokio Olympisch kampioen werden, was er één bij de reünie aanwezig: wielrenner Gerben Karstens. Van zijn drie ploeggenoten op de 100 kilometer tijdrit zijn Eef Dolman en Bart Zoet overleden. Jan Pieterse leeft nog, maar hij liet tijdens een aflevering van Andere Tijden Sport op tv in 2008 al weten eigenlijk niets meer met de sport en het wielrennen te maken te willen hebben.
De glorieuze zege van de vier wielrenners was niet verwacht. ‘Je moet rustig blijven rouleren’, verklapte Karstens op Papendal het geheim van het tijdrijden. Hij vertelde dat dat goed ging vanaf het moment dat hij teammakker Bart Zoet in het begin van de wedstrijd tot de orde had geroepen.  ‘Hij reed ons verrot en ik heb geroepen: Bart, rij nou niet als een maf!’

Het parcours had niet de lengte van de voorgeschreven 100 kilometer, maar bijna tien kilometer meer. Het Nederlandse viertal reed een gemiddelde van liefst 45 kilometer per uur en had aan de finish 24 seconden voorsprong op nummer twee Italië. ‘Daarna was het feest en hebben jullie ons allemaal op de schouders genomen’, zei Karstens tegen de andere reünisten.

En zo vlogen de anekdotes over en weer, geordend door Marti ten Kate die met de microfoon door de zaal liep. Veel verhalen (en de door NOC*NSF-conservator Bernard Hilgers verzamelde attributen) gingen natuurlijk over de in 2010 overleden Anton Geesink, die heel Japan in rouw dompelde door in het koningsnummer van het judo, de nationale sport, ten koste van de arme Kaminaga goud te winnen.
Erica Terpstra, als zwemster deelneemster in Tokio en winnares van zilver en brons  op de estafette, deed smeuïg verslag van haar wandeling met Geesink de dag na zijn succes. ‘We moesten midden in Tokio een straat oversteken, maar dat was vanwege het drukke verkeer onmogelijk. Maar op het moment dat Anton één voet op de weg zette, stopten alle auto’s. Het leek wel of de zee openspleet. Daarna stapten de chauffeurs uit en maakten een buiging. Zoveel respect hadden ze voor de presentatie van Anton.’

Het verhaal van Terpstra’s ploeggenote Ada Kok zorgde voor emotie en een traan bij Ria van Velzen. De Haagse was tijdens een plotselinge swim-off in Tokio als rugslagzwemster uit de wisselslag-estafette gevallen. ‘Daarom kijk ik na de wedstrijd zo chagrijnig. Natuurlijk was ik blij met zilver, dolblij. Maar ik vond het vreselijk voor Ria dat zij geen medaille had. We waren en zijn vriendinnen, hebben samen wereldrecords gezwommen. Dit was dus zuur.”

Gelukkig werd het officiële gedeelte van de reünie afgesloten met een paar vrolijkere verhalen. Zo vertelde kanoër Jan Willem Wittenberg dat hij ruim een halve eeuw na dato nog steeds bevriend is met de Japanse vrijwilliger die hij tijdens de Spelen ontmoette. De Deventenaar ging bij hem op bezoek in Tokio en merkte toen dat hij daar nog steeds met alle égards werd behandeld op het moment dat de mensen hoorden dat hij aan de Spelen had meegedaan.

Ook daar werd duidelijk: eens een Olympiër, altijd Olympiër!